woensdag 15 mei 2013

Balanceren op een slappe koord



Leven is balanceren op een erg slappe koord, ge moet het mij niet vertellen.
Op de foto ben ik een pagadderke van nog geen drie. Ik zit bij mijn mémé aan de livingtafel, waarschijnlijk op een stapel kussens en ik klem een kort potlood tussen mijn vingers. Voor mij ligt een oude agenda en ik schrijf. Ik denk niet dat ik weet dat mémé een foto maakt.

Zesendertig jaar later hangt de foto naast mijn werkplek. Voor mij vertelt dat beeld een heel boek. Bijna veertig, een mens staat er al eens bij stil. Ge zult zeggen: ''t Is pas in januari, doe nu niet onnozel.' En: 'Een midlifecrisis, dat is precies iets wat ge moet hebben, of ge zijt niet normaal.'
 Misschien hebt ge gelijk. Maar na zo'n vijfentwintig jaar als een hogesnelheidstrein geleefd te hebben, begin ik nu wat vaart te minderen. Gas terugnemen, gelijk men zegt, de druk van de ketel halen. Want als de druk te hoog is, dan is het eigenlijk al te laat. Dat heeft mij een decennium gekost, dat doorkrijgen.

Ik heb hoogtevrees. Geloof mij: een krukje van dertig centimeter en ik bibber en beef. Dat maakt balanceren heel moeilijk en het evenwicht ook. Er is een tijd geweest dat ik niet kon falen. Misschien ben ik miskweekt: ook thuis was fouten maken niet eenvoudig. Het was een warm nest om in op te groeien, dat wel. Misschien te warm en dan is de sprong naar buiten wel heel koud en het dal erg diep om uit op te klimmen. Maar toch zou ik het voor niets willen ruilen. Zonder dat was ik niet mij.

Balanceren blijft heel moeilijk. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat je mindere momenten moet hebben om de betere te herkennen. Dat je niet kunt weten wat goed is als je niet weet wat slecht is. Dat in elk slecht ding iets goeds zit en omgekeerd. Dat kleinheid in de kern reusachtig kan zijn. Dat een evenwicht bereiken betekent dat je evengoed nog kunt vallen. Maar dat je ook weet dat sommige dingen de val verzachten en dat opstaan en weer voortdoen veel makkelijker gaat.

Ik zeg niet dat ik er al ben. Dat zeg ik niet. Ooit kom ik er misschien. Zeg nooit nooit, zei mijn moeder altijd, die nog wel meer van die wijsheden bezit. Zo halverwege dat slappe koord klem ik dat potloodje nog vaster in mijn hand.
En ik knik.
Dat het goed is, voor nu.

Ik ben trouwens nog altijd op zoek naar dat plastieken tafelkleed van op de foto.

Inge

Geen opmerkingen:

Een reactie posten