donderdag 11 april 2013

Roze cirkeltjes van hoop

Vandaag kreeg ik goed nieuws. Erg goed nieuws.
Zou het dan toch lukken? Zou het mogelijk zijn? Een transplantatie van bètacellen, zodat dochterlief geen vier prikken meer per dag moet krijgen.
Het lijkt een droom, een onwerkelijkheid, een soort van mokerslag, omdat ik toch ergens in dat lot probeerde te schikken, dat wrede lot, dat het leven van mijn mooie kind, ons mooie perfecte kind, zomaar eventjes overhoop zette.
Had het lot mij maar eventjes gepolst. Ik had het met graagte op mijn schouders genomen. Met liefde. Vier keer prikken per dag. Geen probleem. Eitje.
Mijn dochter vier keer zien prikken per dag is andere koek, die stevig op de maag blijft liggen. En een erg bittere nasmaak nalaat.
De mokerslag kwam vandaag ook bij haar. De hoop in die ogen: kan het echt? Wanneer? Moet ik dan verdoofd worden? Waar geven ze de prik dan? De onrust in die ogen.
Ik moest even slikken.
Het dapperste kind ter wereld, dat zichzelf lijdzaam elke dag vier prikken geeft, maakt zich zorgen over een narcoseprik.
'Het is vast een maskertje,' troost ik, al lopen de rillingen me over de rug.
Ik ben geen narcosemens, dat vind ik eng.
Tijdens de afwas gaan de traantjes vloeien, wat gaat er veel door zo'n kinderhoofd.
Dat het niet leuk is om dat te hebben.
Nee, troosten wij.
Dat we het van haar zouden willen overnemen.
Dat ze nog wel geluk heeft, want, het zijn toch maar vier kleine prikjes.
En dat haar bloedwaarden zo super staan.
En dat ze keicoole nieuwe oorbellen heeft gekocht.
Sleutels, vleugels en langspeelplaten.
De sleutels tot geluk, denk ik. En vleugels om haar dromen waar te maken.
Zingend, waarom niet.
En dan loopt ze zingend de keuken weer uit, een huppel in haar benen.
'Ik maak een tekening voor jou,' lacht ze.
Wie troost nu wie?
Maar er is Hoop.
Hopen Hoop.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten