dinsdag 19 maart 2013

Spurtdagje



Gisteren was een spurtdagje. Zo'n dag waarvan je vooraf al weet dat als er ook maar één hindernis op je weg komt, alles onherroepelijk in duigen valt.
Zo'n dag dus.
En je weet ook dat als er ook maar iets misgaat, je bobijntje kan knappen en dat fameuze rode waas voor je ogen komt. Dat maakt dat je gaat grommen en bijten naar iedereen die op je weg komt.

Tot vijf uur ging alles goed. Eerst naar school, drie uur lesgeven en dan zelfs binnen de pauze twee directeurs te pakken gekregen. Tot zover: missie geslaagd. Brief voor de uitstap naar Keulen goedgekeurd, oef.

Dan de auto in om naar De Pinte te rijden. De twee ondergesneeuwde lezingen van vorige week moeten nog ingehaald worden. Twee klassen met blije kinderen, vier blije leerkrachten: het was heel erg leuk! Maar liefst vijf kinderen kwamen vertellen dat ze ook schrijver willen worden, heerlijk!Daar krijgt een mens energie van, maar gek genoeg vreet het ook energie, met hopen.

Daarna, tuftuf, naar huis: Lezingenkoffer en kamishibaitheater wisselen voor de gitaar en de muziekschoolspullen. Even op horloge kijken, dat had ik beter niet gedaan! Spurt: naar school om de kinderen uit de opvang op te halen.

En toen was daar het bobijnmoment. Knap!
Buitengekomen uit school stond een vrachtwagen met exotische meubelen en voorwerpen mijn auto te blokkeren.
Bijna halfzes! De zangles is om zes uur gedaan en de muziekschool is nog zeker een kwartier rijden.
DE HEL!!

Een blonde man komt vanachter de vrachtwagen gesloft. Misschien past mijn auto door het smalle gat (eenrichtingstraat, dus ik kan niet achteruit), maar misschien ook niet. En laat ik nu net wat gehecht zijn aan mijn zijspiegels ... Kuch.

Ik open het raam en krijs (nog niet niet): 'Meneer, ik kan er echt niet voorbij!'
De man sloft nog wat dichter.
'Echt niet?' vraagt hij, met rimpels in zijn voorhoofd en een blik die best wel komisch is, maar laat ik nu net mijn gevoel voor humor kwijt zijn.
'Zou u misschien ...' begin ik, onderdrukt vloekend.
'Heeft u twee minuutjes, mevrouw?' lacht de man. 'De chauffeur zal de vrachtwagen meteen verplaatsen.'
En dan, met een meewarige glimlach: 'U moet zich zo niet opwinden, madammeke, het leven is veel te kort daarvoor.'

Ik doe het raampje dicht en sakker een paar verwensingen in de lucht. De vrachtwagen is een paar millimeter opgeschoven: ik pas er net door, spiegels intact. We zoeven - iets rustiger - naar de academie. Nog een kwartier zangles en dan een uurtje gitaar. Ik lees 'Vele hemels boven de zevende.' En 'Zijdeman'. Ik schrijf een paar notitievellen vol met eigen vertelsels.

Maar de hele avond blijven de woorden van die man in mijn hoofd zweven. Wat veel gelijk om te hebben.

Als ik hem nog een keer zie, stap ik uit. En dan zeg ik: 'Meneerke, u had gelijk.'
Eerlijk is eerlijk, toch?

copyright: Inge Misschaert

Geen opmerkingen:

Een reactie posten