zaterdag 9 maart 2013

Katie


'Ze heeft me door.'
De zin schiet als een vonk door me heen. Het kost me veel moeite om het prikkelen en tintelen van mijn huid te negeren en niet als een gek te gaan krabben. Ik onderdruk een giechel. Tijdens gênante momenten moet ik altijd lachen. Hoeveel jobs me dat al gekost heeft, omdat ik het uitproestte tijdens het interview, weet ik niet meer. Ik vraag me af of zij dat ook heeft, dat lachen. Er piept een stukje wit uit haar handtas, ik weet wat het is. Mijn brief. Al die zwarte woorden die met krassende halen woest op het papier zijn gezet. Ik herinner me mijn woede toen ik hem schreef, ze smeult nog. Nu is het ernst. Elk greintje humor verlaat me en ik ben een jager, met zijn prooi in het vizier.
Ik observeer haar, kijk toe hoe ze de zware reistas uit het rek sleept - ze is sterker dan ik denk - en de trein nog net niet uitstormt, terwijl dat zinnetje in mijn hoofd blijft knagen.
Stel dat ze het voelt? Stel dat ze het weet? Dat ze mij net zo zit te begluren als ik haar?
Het wordt koud om mijn hart, terwijl ik ook uitstap. Ik haast me niet, ik ben haar toch mijlen voor.
Ze wordt opgehouden door het gedrum aan de trappen. Ik werk me door de massa heen en bots zogezegd per ongeluk tegen haar aan. De brief weggrissen is een koud kunstje. Ze heeft het niet gemerkt - dat doet niemand ooit. Het is mijn tweede natuur en ik koester haar. Het geeft een doel en een zin aan mijn bestaan, dat stelen.
Ze gaven het een vieze naam. De witte pakken die mij maandenlang in bedwang hielden, gaven het een vuile naam. Kleptomanie. Ziekelijke steelzucht. Drang tot het zich toeëigenen van andermans goederen. Winkeliers zijn dom. Niets hebben ze door, het is mij te min om daar nog te stelen. Ik ben geen ordinaire dief.
Ik ben klasse.
Terwijl ik haar nergens meer zie, maar instinctief weet dat ze op de toiletten zit om zich om te kleden - die hoge hielen kan echt niemand aan zonder gevolgen - trek ik me in de donkerste schaduwen van mijn wereld terug - op de loer.
Het leven zelf - dat wil ik stelen.

copyright: Inge Misschaert

Geen opmerkingen:

Een reactie posten