donderdag 28 februari 2013

Een zin van lang geleden

 
 
Ik ben waar ik moet zijn, achter mijn bureau. De pc zoemt zachtjes. Nee, geen typemachine zoals hierboven staat, al heb ik daar wel mijn eerste echte boek op gehamerd. Ik heb het manuscript nog steeds, pure nostalgie.
Zo ingespannen tikte ik, dat ik het belletje dat op het einde van de regel rinkelde, nooit hoorde. En ik hamerde verder, over de marge van het blad heen. Zo staan er vaak halve woorden in mijn manuscript, die ik dan met de pen achteraf aanvulde. Er was geen alternatief of ik moest alles overtypen - het werk!
Ik haal diep adem en kijk naar het witte scherm waar een cursor ongeduldig flikkert. Hij lijkt me te roepen, komaan, waar wacht je op?
 
Hebban olla scriberii historias hagunnan, hinase ic entha thu, uuat unbiddan wi nu?
 
Nee, natuurlijk gaat het versje niet zo, het was iets met een monnik die kriebels kreeg en zin had in lente, toch? Vogeltjes waren nestjes begonnen en kijk hem nou teksten overpennen tot zijn arm lam was. Arme monnik, daar zo alleen in het verre vreemde Engeland, tussen Engelse tonsuurtjes hele godsganse dagen niets anders doen dan boeken overpennen. En dan toch, een daad van verzet, een versje - in de eigen moedertaal - op de kaft van een van de boeken. De durf! De passie! En dan de Latijnse vertaling erbij - waarschijnlijk lieten zijn confraters hem niet met rust tot hij het vertaald had, zo vasthoudend zullen ze wel geweest zijn - o brother!
Of misschien was het wel een meisje? Een maagdeken, waar het patertje ook kriebels van kreeg. Dat we het nooit helemaal echt zullen weten is goed. Dat vergroot de magie.
 
 
Het scherm roept, genoeg gelummeld, nagepeinsd, gemijmerd.
Er moet geschreven ende gewerkt.
Gezweet ende gewrocht.
Letter na letter, net als die monnik, begot.
 
Waar wacht ik op?

Post Scriptum: sorry voor mijn potjes-Oud-Nederlands hierboven ;-) Noem het dichterlijke vrijheid!
 
 Copyright: Inge Misschaert
 
 
 
 
 
 
 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten