vrijdag 22 februari 2013

Dag Paul


Dag Paul,

(Mag ik u Paul noemen?)
Gefeliciteerd met uw verjaardag, Paul.
Nee, echt, 't is gemeend. Had ik het eerder geweten, dan had ik zeker een taart voor u gebakken. Met 117 kaarsjes op. Blaast dat maar een keer in één keer uit. Maar ik zou u wel geholpen hebben, twee adems kunnen meer dan een.
't Is een vreemde plek, Paul, de wereld. Ik weet niet wat ge ervan zou denken. Of de wereld nog de groet van Marc verdient eigenlijk.
Marc is anders nog springlevend, Paul. Hij doet u de groeten, vanuit de klas van mijn kinders. Ploem, ploem. Nog altijd een hit, als ge weet wat ik daarmee bedoel, ik heb het ook nog moeten opzeggen en dat ging vanzelf, tot en met het buigingske nadien. Dat en Sebastiaan kan ik bijna nog zonder haperen opzeggen. (Sebastiaan is niet van u, maar dat wist ge al).
Ik heb wat dingen over u opgezocht, Paul. Dat is tegenwoordig niet moeilijk meer. Een druk op een computerknop en alles binnen handbereik, of toch veel.
Ze noemden u Meneer 1830, dat wist ik niet. Dandy noemden ze u. Ik wilde echt weten wat het woord betekent en heb het in Van Dale opgezocht. Niet op mijn computer, nee. Woorden zoek ik nog echt in het woordenboek op. En ik zet een kruisje bij de woorden die ik opzoek, dat heb ik ergens eens gelezen, dat iemand dat deed. En nu doe ik het ook, al van toen ik studeerde (en dat is ook al een eind geleden).

Dandy is eigenlijk een troetelnaampje zijn voor Andrew, uit het Engels. Nu is het een mannelijk persoon, een jongmens dat met bijzondere zorg de mode volgt en zijn uiterlijk verzorgt. Minder ongunstig dan het woord 'fat', dat staat er ook nog bij.

Dat ge u goed kleedde, dat is wel te zien op de foto's, Paul. Een schoon gekleed jongmens, zou mijn mémé zeggen. Maar ik wijk af.
Ik heb uw gedichten altijd speciaal gevonden. Nee, dat zeg ik niet omdat het uw verjaardag is. Marc is geweldig, Boem Paukeslag doet het bij de jeugd nog altijd goed en Singer Naaimasjien ook. Wat is het dat zij en ik zo leuk vinden aan uw schrijfsels?
Ik kan alleen zeggen wat ik leuk vind, of ik het nu begrijp of niet.
De woordenstroom.
De spelling, heerlijk.
De typografie en de manier waarop de tekst lijkt te bewegen.
De ontelbare alliteraties en assonanties, ik moet nooit zoeken naar een voorbeeld voor mijn leerlingen.
De kadans, het ritme, het spelen met woorden.
Het herkenbare, de taalgrapjes, de schwung.
De zwier, de Panache (met dank aan Cyrano) die van uw woorden afspat.

Gefeliciteerd, Paul.

Er zijn misschien wel dingen die ge niet weet. Ik vraag me echt af, wat ge daar nu van zou vinden.
Dat er wandelingen door 't Stad gebeuren in uw voetsporen.
Dat Marc nog altijd ploemt (en dat goed doet).
Dat er een genootschap is in uw naam (en een V.Z.W., voor ge u zorgen begint te maken).
Dat de zin 'Want een dorp is een wereld' uit uw nooit verschenen roman de slogan voor Hove is.
Dat Amarillis op een ziekenhuis prijkt. (en ik me afvraag of gij net datzelfde gedicht zou gekozen hebben)
Dat er een Paul Van Ostaijendag is.
Dat uw verzamelde brieven zomaar te lezen zijn. (ja, ook op de computer).
Dat ge drie keer begraven werd en daardoor zeer bekend.
Dat ge op nummer vijftig stond in de Vlaamse versie van De Grootste Belg.

Gefeliciteerd, Paul.

Ik zal afsluiten, want het is inmiddels tijd voor thee.
Maar ik eindig niet met mijn eigen woorden, maar met die van u.
Als ik mag.
Een van de schoonste.

Melopee
Voor Gaston Burssens
 
Onder de maan schuift de lange rivier
Over de lange rivier schuift moede de maan
Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee
 
Langs het hoogriet
langs de laagwei
schuift de kano naar zee
schuift met de schuivende maan de kano naar zee
Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man
Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee
naar de zee

Paul Van Ostaijen, Nagelaten gedichten

Copyright brief: Inge Misschaert
 
 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten