zondag 24 februari 2013

Ada

 
De stationshal is ontzettend druk als de trein uiteindelijk piepend en hijgend stilhoudt.Door het vale raam zie ik de drommen mensen krioelen. Spitsuur. Ik vervloek opnieuw mijn opwelling terwijl ik wacht tot de trein helemaal stilstaat. Al te vaak meegemaakt dat ik al recht stond en dan tijdens het remmen op de schoot van een vreemdeling geworpen werd. Met deze schoenen is dat meer dan waarschijnlijk. Een snelle blik op de klok leert me dat ik te laat ben voor welke winkel dan ook. Tegen de tijd dat ik het centrum bereikt heb, is alles al dicht. Waarom ben ik ook vandaag vertrokken? Morgen was toch ook nog goed? Of volgende week? Of nooit, zegt mijn gezond verstand. Maar dat negeer ik meestal. 

Ik grijp mijn handtas en voel automatisch naar alle belangrijke spullen. Portemonnee, sleutels, smartphone, agenda. Ik tast dieper en zucht opgelucht als ik het voel. Het stijve weerbarstige papier. De brief. Hij zit er nog steeds. Ik onderdruk de neiging om hem te voorschijn te halen en opnieuw te lezen. Dat hoef ik ook niet. Ik kan hem zo uit het hoofd reciteren, woord voor woord. Ik bijt op mijn lip voor ik de opwelling ook effectief uitvoer. Ik bedwing ook de neiging om naar de niet-lezende vrouw te kijken.
De trein staat eindelijk stil. De deuren gaan sissend open. Ik gris mijn koffer uit het bagagerek, verrek daarbij bijna mijn schouder en voel de stof van het mantelpakje weerbarstig spannen. Opletten, straks scheurt er iets en het is niet eens mijn mantelpakje. Voorzichtig laat ik de koffer zakken, tot hij op de wieltjes staat en dan rij ik rammelend naar buiten.

Op het perron speur ik naar de pictogrammen: daar! Ik draai me om en bots met kracht tegen iemand aan.
'Sorry,' mompel ik en kijk dan recht in haar ogen. De vrouw. Het blond is niet echt, denk ik, en dan daarna: wat een dwaze gedachte. Even lijkt het alsof ze me iets wil zeggen, maar dan draait ze zich even snel weer om en lijkt in de massa te verdwijnen.
Ik haal mijn schouders op en ren naar de toiletten. Ik trek de deur met wat moeite achter me dicht. Mijn koffer kan net binnen. Met veel lawaai klap ik het toiletdeksel toe en ga opgelucht zitten. Nog een paar meter op deze stelten had ik nooit gehaald. Ik vervloek mijn hebzucht en ik vervloek Sandra, mijn huisgenote die de trotse bezitster is van deze idiote kleren. Was, sinds ik ze van haar heb 'geleend'. Ik hoop dat ze niet al te kwaad is. De schoenen zijn van een duur merk, iets met een Jimmy. Ik heb geen idee van mode, dacht alleen dat ik hierin indruk zou maken. Mijn voeten zijn zwaar onder de indruk, maar niet in de positieve zin, denk ik, terwijl ik mijn enkels masseer.

Dan rits ik mijn koffer open en vis op goed geluk een jeans en een sweater te voorschijn. Mijn sandaaltjes, hoewel veel te koud voor de tijd van het jaar - het sneeuwt verdomme! - zijn een verademing. En ik neem toch een taxi naar het hotel.
Ik prop het mantelpakje in mijn koffer - ik koop wel een nieuw voor Sandra. Het is nu toch vast uitgerokken, ik heb echt geen mannequinmaten. Ik stommel uit de toiletten en ren bijna naar de uitgang. De stroom mensen houdt niet op, ik bots een paar keer tegen iemand op en zeg bijna automatisch 'sorry', maar veel sorry's krijg ik niet terug, een keer een welgemeend 'Kijk waar je loopt, bitch,' maar dat kwam van de slungel die zijn sigaret bijna inslikte en dus vergeef ik hem zijn uitroep. In stilte vervloek ik hem en hoop dat ik plots magische krachten heb gekregen en dat hij straks in een vieze pad verandert. Met veel puisten en geen prinsessen in de buurt.

'Taxi!' brul ik, terwijl ik over het ongelijk gelegde trottoir ren. Als een echte diva hop ik de taxi in en laat mijn hoofd opgelucht achterover zakken.
De taxichauffeur kijkt met een vragende blik over zijn schouder.
'Rue vieille du temple,' zeg ik. 'Hotel Caron de Beaumarchais.'
Hij tikt tegen zijn denkbeeldige pet en schiet er in een duizelingwekkend tempo vandoor. Ik grijp mijn tas en zoek naar mijn portemonnee voor het geld.
Pas nadat ik de biljetten tel, merk ik het.
Mijn brief is weg.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten